Introductie entreeopleidingen

Bedoeling wetsvoorstel

  • Het onderwijs voor de entreeopleidingen (voormalig mbo niveau 1) wordt geïntensiveerd, de doelgroep beter voorgesorteerd, de onderwijsaanpak duidelijker vormgegeven en de individuele coaching en loopbaanbegeleiding verbeterd.
  • Hierdoor moet de kwaliteit en het rendement van deze opleidingen omhoog en de uitval van studenten fors omlaag.

Kern van de maatregel

  • Niveau-1-opleidingen worden apart van de opleidingen op niveau 2,3 en 4 gepositioneerd en omgevormd tot entreeopleidingen.
  • Een entreeopleiding is gericht op het behalen van een diploma dat toegang biedt tot vervolgonderwijs, maar kan ook leiden tot uitstroom naar de arbeidsmarkt. Deze uitstroom naar werk wordt niet langer als voortijdig schoolverlaten gekwalificeerd.
  • Studenten die zich aanmelden voor een entreeopleiding worden beter voorgesorteerd: in de wet wordt vastgelegd dat entreeopleidingen uitsluitend toegankelijk zijn voor studenten die niet aan de vooropleidingseisen voor mbo-2, mbo-3 of mbo-4 voldoen en die niet meer tot de doelgroep van het vo behoren (d.w.z. volledig leerplichtig zijn). Entreeopleidingen zijn evenmin toegankelijk voor studenten met veel problemen die wel aan de vooropleidingseisen voldoen; zij kunnen tijdelijk worden opgevangen en begeleid in een plusvoorziening.
  • Deze voorsortering leidt tot een eenduidiger onderwijsaanpak zodat het onderwijs daadwerkelijk op de doelgroep kan worden afgestemd.
  • Voor de entreeopleiding wordt het bindend studieadvies ingevoerd. Iedere student moet binnen 4 maanden na de start van de opleiding een studieadvies krijgen. Bij een gebrek aan studieresultaten heeft de instelling de mogelijkheid om de student te adviseren om te kiezen voor een andere opleiding of een andere leerweg, of om het onderwijs te verlaten. De onderwijsovereenkomst en de inschrijving voor de opleiding worden in deze situaties gewijzigd of beëindigd.
  • Voor de bekostiging van de entreeopleidingen geldt dat het bekostigingspeil omhooggetrokken wordt. Dit gebeurt door de VOA-component voor een groot deel toe te delen aan de entreeopleidingen. 
  • Vergelijkbaar met de distributie van alle opleidingen, hebben mbo-instellingen zelf verantwoordelijkheid te nemen voor een nette regionale distributie van entreeopleidingen over de regio. Dat kan per regio er anders uitzien.
  • In het wetsvoorstel is geen datum van inwerkingtreding opgenomen, maar is voorgesteld om de datum van inwerkingtreding te bepalen bij Koninklijk Besluit. Beoogd wordt augustus 2014.

Vragen en antwoorden 

1. Wat gebeurt er als een deelnemer in de entreeopleiding, na de start van zijn entreeopleiding, alsnog een diploma haalt, bijvoorbeeld via staatsexamen of Vavo? 
Dat ligt eraan wat de instelling met de student overeengekomen is. Als degene die is toegelaten tot een entreeopleiding, op het moment van de start van de opleiding nog niet voldeed aan de toelatingseisen voor een opleiding van niveau 2 of hoger, maar gedurende de entreeopleiding alsnog aan die toelatingseisen voldoet, kan hij direct worden toegelaten tot de andere opleiding. Student en instelling moeten samen bekijken of zo’n overstap op dat moment zinvol is. Dat zal zeker het geval zijn als de entreeopleiding nog maar net gestart is. Indien de deelnemer bij de intake al meldt dat hij of zij van plan is binnenkort een diploma te halen waarmee de toegang tot niveau 2 openstaat, zou de instelling natuurlijk kunnen bekijken of de deelnemer meteen (via de toelatingstoets) in een niveau-2-opleiding kan worden ingeschreven.


2. Mag instelling B een deelnemer voor de entreeopleiding weigeren die een bindend studieadvies heeft gehad op instelling A?
Op grond van een bindend studieadvies bij de ene instelling mag een andere instelling die deelnemer niet weigeren. Een student mag alleen geweigerd worden als hij al 2 jaar in een entreeopleiding heeft doorgebracht.

3. Kan een leerling van een praktijkschool als extraneus (examendeelnemer) nog een AKA diploma behalen?
De mogelijkheid om als extraneus examen af te leggen verdwijnt niet. Het ROC krijgt voor extranei – dus ook voor deze leerlingen - alleen niet meer de diplomabekostiging.

4. Bij de AKA-opleiding van een instelling is op dit moment vier keer per jaar een instroommoment. Met de voorgestelde bekostiging voor de entreeopleiding (geen diplomabekostiging) wordt tussentijdse instroom zo goed als onmogelijk gemaakt (want onrendabel). Wordt er nagedacht over alternatieve vormen van bekostiging waardoor tussentijdse instroom mogelijk blijft (bijvoorbeeld leerlinggebonden financiering)?
In alle gevallen moet het opleidingsprogramma voor de entreeopleiding een jaar bedragen. In principe komt dus iedere student een keer langs de 1-oktoberdatum en een keer langs de 1-februaridatum. En telt dus volledig mee voor de bekostiging. Op welk moment je start doet dus niet terzake.

5. Mag een groep studenten na vier maanden overgeschreven worden van de BOL naar de BBL en hoe vindt de bekostiging dan plaats?
Overstap van bol naar bbl kan alleen als een individuele student daarvoor kiest. De bekostiging vindt plaats op basis van de ingeschreven deelnemers op 1 oktober t-2. Als de deelnemer op 1 oktober in de bol staat ingeschreven, telt de deelnemer (in het eerste verblijfsjaar) voor 1,2 en in het tweede verblijfsjaar voor 0,6. Voor een bbl-deelnemer wordt de helft van de bekostiging voor een bol-deelnemer ontvangen. Voor de bbl-deelnemer moet – om voor bekostiging in aanmerking te komen – voor 31 december van het schooljaar een praktijkovereenkomst zijn afgesloten met een erkend leerbedrijf en de deelnemer moet ook daadwerkelijk de beroepspraktijkvorming van de opleiding volgen. De instellingaccountant controleert of de deelnemer daadwerkelijk de opleiding/leerweg volgt waarvoor hij/zij staat ingeschreven: bol of bbl.

6. Komt er in de toekomst één kwalificatiedossier voor de entreeopleiding? 
Er wordt gedacht aan vier dossiers voor de sectoren economie/handel, techniek, zorg/welzijn en landbouw. Hierbij wordt door de Stichting Beroepsonderwijs Bedrijfsleven onderzocht of er een gemeenschappelijke basis kan worden ontworpen voor de entreekwalificaties. De ontwikkelingen in het vmbo worden ook meegenomen. Meer informatie over de (herziene) kwalificatiedossiers vindt u op www.kwalificatiesmbo.nl

7. Is er sprake van kwalificeren bij de entreeopleiding?
Ja, ook de entreeopleiding is op kwalificatie gericht. Het diploma heeft een civiel effect: het geeft toegang tot de arbeidsmarkt dan wel tot een niveau 2 opleiding.

8. Is invoering van de entreeopleiding per 2014 verplicht? 
In het wetsvoorstel is geen datum van inwerkingtreding opgenomen, maar is voorgesteld om de datum van inwerkingtreding te bepalen bij Koninklijk Besluit. Beoogd wordt inderdaad dat het wetsvoorstel per augustus 2014 van kracht wordt (de urennorm BBL per augustus 2013). Instellingen zetten vanaf die datum hun aka- en assistentopleidingen als entreeopleidingen voort conform de nieuwe regels. 

9. Krijgt de entreeopleiding het karakter van de aka-opleiding: oriëntatie en daarna verdieping in een sector/branche? Zou je kunnen zeggen dat daarmee de smalle niveau-1-opleidingen zoals die er nu zijn, verdwijnen? 
De entreeopleidingen omvatten alle huidige assistentopleidingen en arbeidsmarktkwalificerende (aka)-opleidingen. Omdat het straks niet mogelijk is om na het behalen van een diploma entreeopleiding nog een keer een andere entreeopleiding te doen, is het niet mogelijk na de entreeopleiding een “verdieping” te verwerven in een smalle, beroepsgerichte assistentopleiding. Daarom is de intake bij de entreeopleiding zo belangrijk: het gaat erom dat een student zoveel mogelijk direct in een passende opleiding geplaatst wordt. Het studieadvies na uiterlijk vier maanden dat elke student gaat krijgen kan daarom ook in voorkomende gevallen inhouden: gezien je kwaliteiten is het verstandig nu over te stappen van een aka naar een andere assistentopleiding, of andersom. Een advies voor de andere leerweg, bol of bbl, is uiteraard ook mogelijk. Zo wordt er ook in tweede instantie, na vier maanden, gewerkt aan het alsnog zo goed mogelijk plaatsen van studenten in de meest passende opleiding. 

10. Is er een ondergrens qua IQ voor toelating tot de entreeopleiding? 
Neen, er is geen ondergrens in IQ voor de toelating tot de entreeopleiding; de entreeopleiding is drempelloos (de enige drempel zit in de leerplicht: de studenten die in een entreeopleiding opgeleid willen worden, mogen niet meer volledig leerplichtig zijn). Wel is het verstandig om de student (en haar/zijn ouders) bij de intake erop te wijzen dat bij gebrek aan resultaten de opleiding na vier maanden afgesloten kan worden met een bindend studieadvies gevolgd door uitschrijving. Het is dus verstandig dat zij nadenken over de vraag of inschrijving zin heeft. Vooraf kan echter niemand geweigerd worden.

11. Waar ligt de grens bij iedereen aannemen? Zijn er dan helemaal geen contra-indicaties? 
Studenten kunnen alleen geweigerd worden als zij al twee jaar in een entreeopleiding ingeschreven zijn geweest. Een bindend studieadvies geldt alleen voor die ene opleiding aan die ene instelling. Andere instellingen kunnen dus niet iemand met een negatief bindend studieadvies om die reden weigeren. Wel doen de instelling en de student er goed aan bij de intake te onderzoeken of de opleiding in dit geval zin heeft en bij positieve uitkomst zouden ze duidelijke afspraken moeten maken over begeleiding, inzet, aanwezigheid, participatie aan toetsen en stage, enzovoort en deze afspraken in de onderwijsovereenkomst vast te leggen.

12. Hoe kunnen roc en aoc bepalen of een deelnemer aan een bbl traject nog valt binnen het totaal aantal afgesproken deelnemers? Men wil graag helderheid over de aantallen leerlingen die bekostigd kunnen worden in de entreeopleiding. Het aantal leerlingen heeft geen plafond maar wel het budget. Betekent dit dat als er veel leerlingen in de entreeopleiding zitten het bedrag per leerling naar beneden gaat?
Het blijkt een vaker voorkomende misverstand te zijn dat roc's bekostigd worden voor een beperkt aantal deelnemers. Dat is niet zo. In de bekostigingsbrief aan de instellingen wordt de bekostiging voor de entreeopleiding apart genoemd zodat de instelling weet hoeveel geld in principe voor de entreeopleidingen is bedoeld. Maar dit wil niet zeggen dat dit bedrag geoormerkt is. Neen, de bekostiging voor de entreeopleiding is en blijft onderdeel van de totale lumpsum en het bedrag voor de entreeopleidingen is daarbij, net als bij de andere opleidingen, gebaseerd op het aantal studenten van twee jaar daarvoor. Dalingen en stijgingen van studentenaantallen moet de instelling binnen haar bekostiging opvangen. Met een vertraging van twee jaar wordt de bekostiging aangepast. Omdat demografisch er veelal geen grote schoksgewijze veranderingen plaatsvinden, gaan stijgingen van studentenaantallen in de ene opleiding vaak gepaard met dalingen in de andere. Hierdoor wordt het ook mogelijk dat een roc met eigen intern toewijzingsbeleid het onderwijs verzorgt voor alle aangemelde studenten.

13. Kan een uitvaller uit niveau 2 zonder vo-diploma wel terecht in de entreeopleiding?
Een student die uitvalt uit niveau 2 en geen diploma heeft is iemand die geen diploma heeft en kan daarom naar de entreeopleiding. De vraag is dan wel: hoe kon deze student in mbo-2 geplaatst worden. Hoe verliep het toelatingsonderzoek?

14. Als een leerling met of zonder diploma uitstroomt maar met werk, is dat dan wel of geen VSV?
Een student die een diploma van de entreeopleiding heeft en werk heeft gevonden wordt niet geteld als vsv-er. Een vsv-er zonder enig mbo-diploma is een vsv-er ook al heeft deze werk.

15. Mag een instelling een student weigeren voor een entreeopleiding wanneer uit de intake kan worden afgeleid dat deze student de opleiding hoogstwaarschijnlijk niet zal afmaken in de tijd die ervoor staat, vanwege persoonlijke factoren (geen ziekte of handicap)? 
In de entreeopleidingen is er sprake van een drempelloze instroom. Iedere student die zich meldt en die voldoet aan de criteria (niet volledig leerplichtig, niet voldoende vooropleiding voor een niveau-2-opleiding of hoger), moet tot een entreeopleiding worden toegelaten. Elke student moet de kans krijgen te laten zien dat hij/zij het kan. Studenten mogen dus niet op voorhand geweigerd worden. Dat kan alleen als hij al twee jaar in een entreeopleiding was ingeschreven. In de entreeopleiding wordt wel de mogelijkheid van een bindend studieadvies geïntroduceerd: dan kan een instelling in geval van een student die in het geheel geen studievordering laat zien, na 4 maanden deze student adviseren om van opleiding of leerweg te veranderen, of, in het uiterste geval, het onderwijs te verlaten.

 
Bijgewerkt op dinsdag 26 maart 2013 om 09:02